Typisch Thailand

Hollandse vuistslagen in Thaise boksring

Zal zich na de Nederlander Ramon Dekkers – alias De Diamant – in de jaren ’90, eindelijk weer een westerling Muay Thai bokskampioen mogen noemen?

Wel als het aan de Thaise overheid ligt. De minister van toerisme zag op toeristeneiland Phuket dat boksscholen daar al flink wat buitenlanders trekken. Trainingen op die scholen en die in heel Thailand wil hij gaan promoten als zinvolle, typisch Thaise vakantiebesteding.

Hoewel typisch Thais? Belangrijk onderdeel van de lessen is de door Dekkers geïntroduceerde vuistentechniek! Hij overleed plotseling in 2013, maar hij leeft voort op de Thaise boksschool.

Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

24 uur per dag je Thaise redder in nood!

Grootmoeder Ping zit niet meer op het krukje in de opening van haar Chinese kruidenierswinkel.

De verveloze, shop-brede harmonicadeur aan de straatkant blijft dicht.

De donkere en muf ruikende zaak – tot aan het plafond volgestopt met pakken rijst, potten kruiden, dozen wasmiddel, rotan vegers, glazen flesjes prik, een vriezer met zakken ijsklontjes en een kleine vitrine met warme dumplings – was de laatste in zijn soort in Bangkoks aloude woonwijk Saladaeng.

Oma stamt af van arme Chinese immigranten. Kleine handelaren, die begin 1900 succesvolle middenstanders bleken.

Grootmoeder verdient nauwelijks de kost

‘Toch verdiende ze de laatste jaren nauwelijks de kost’, zegt haar neef.

‘Ze bleef het proberen. Laatst nog met spotgoedkope condooms-extra-small. Maar Thai lopen niet meer bij de Chinees naar binnen. Daarom heeft ze het pand nu verkocht. Aan de 7-Eleven.’
Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

Tip pensionado’s: Blijf reizen, blijf genieten!

De Nederlands/Vlaamse gemeenschap van pensionado’s in Thailand – van ‘dikke’ 65-plussers die hier al dan niet met Thaise partner al jaren wonen en leeftijdsgenoten die hier met of zonder vaderlandse levensgezel steeds voor enkele maanden op bezoek zijn – brengt opeens een verrassend en grenzeloos mooi boekje met reisverhalen voort.

‘Grenzen zijn mensenwerk’ is geen boekje over Thailand, al is het land waar de 13 auteurs elkaar troffen – en waar ze zich verenigden in schrijverscollectief Trefpunt Thailand – in enkele gevallen als decor aanwezig.

‘Ik raak er niet op uitgekeken’

Dat geldt vooral het verhaal van Rob Vissers over de trip langs Zuid-Thaise boerenmarkten waar hij samen met zijn vriendin tweedehands schoenen verkoopt en hij zich verliest in de ogen van mensen die de handelswaar bekijken: ‘Ogen die kijken alsof ze iets heel bijzonders weten, zou Nescio zeggen. Ik raak er niet op uitgekeken.’

En voor het relaas van Bert Geleijnse over een levensbedreigende kwallenbeet in Hua Hin met alle ellende van dien en een toch geen mislukte reis: ‘We hebben het goed gehad met elkaar, met behulpzame en gastvrije mensen op ons pad, in een mooi land.’

Fenomeen reizen staat centraal

Wat het boekje wel is – behalve mooi vormgegeven en goed geschreven, want alle auteurs hebben een verleden als journalist, tekstschrijver of literair auteur – is een verhalenbundel over het fenomeen reizen.

Filosofisch in het verhaal over een autotocht door het noorden van Thailand van Antoni Gee – over de vrijheid die reizen brengt, de verslavende zoektocht naar meer en de grenzen ervan. Je kan niet overal tegelijk zijn: ‘Met twee vrouwen op twee verschillende plaatsen vrijen in het zelfde stuk tijd denkt me een heel aparte ervaring.’

En meer to the point in het stuk van Hans Geleijnse, die terugkijkt op de avontuurlijke fietstocht als jochie van Den Haag naar Giessendam en vier buitenlandse correspondentschappen: ‘Reizen is steeds ontsnappen. Steeds weer. Je kunt lang op een plaats blijven, maar op zeker moment voel je dat je vast komt te zitten. Dan je moet uitbreken. ‘

Wees desnoods een beetje bang

Jong of oud, breek er uit. Kies niet voor de gebaande paden. Wees desnoods een beetje bang. Dat is reizen, lijken de auteurs in elk verhaal te willen zeggen.

Chris Ebbe bijvoorbeeld, die beschrijft hoe hij als 14-jarige als ketelbinkie mee kon op de grote vaart en daarna gepokt en gemazeld weer naar school ging: ‘Wat doet die meid hier aan boord? (…)M’n hut laten zien, antwoorde hij. D’r kut laten zien, zul je bedoelen, tierde de Ouwe. Van boord die meid. We zijn geen hoerenschuit.’

De kortgeleden (juli) overleden Femmy Fijten verhaalt over de zoektocht van een jonge vrouw naar haar biologische moeder in een Chinese miljoenenstad, die onverrichte zaken een bar uitvlucht en terug gaat naar huis. De onverstaanbare Aziatisch uitgesproken Engelse woorden ‘iesdotta maflend’ van de bardame – het had Thai-Engels kunnen zijn – klinken nog na in het vliegtuig en terwijl ze tot rust komt snapt ze wat de vrouw zei.

Niet meer in sneltreinvaart van hot naar her

Joseph Jongen vertelt hoe hij en zijn inmiddels overleden vrouw in 2008 – ‘ík was nog een jongeman van 73’ – op avontuur gaan op Borneo, waar hij besluit alle tijd te nemen om een berg te beklimmen die je op zijn leeftijd eigenlijk niet mag beklimmen: ‘De fout die ik vlak na beëindiging van mijn werkzame leven maakte om in sneltreinvaart van hot naar her te reizen is verleden tijd.’

Op een zelfde berg tijdens een zelfde reis, maar dan in China, kijkt de personage van Aphonse Wijnants voor het eerst de maan recht in de ogen. Hij schopt z’n kleren uit. ‘Hier sta ik naakt aan je overgeleverd.’

En Andre van Leijen vertelt zijn vrouw in een Afrikaanse hut over de struggle for life, nadat de verhuurder waarschuwde voor de aanwezigheid van de dodelijke Zwarte Mamba-slang. ‘Heb je ook in de stortbak van de wc gekeken? Natuurlijk, lieg ik.’

Schurend verhaal over Zuid-Afrika

Over blootgeven gesproken: Voordeel van de gezegende leeftijd van de auteurs, is dat ze niet bang zijn om reisherinneringen eerlijk op te schrijven – dat geeft een goed tijdsbeeld, al schuurt het soms.

Bert van Balen verhaalt van een autoreis door het nog niet lang van de apartheid bevrijde Zuid-Afrika. Een gedurfde tocht vanaf Johannesburg, die hem door alle witte Zuid-Afrikanen die hij tegen komt wordt afgeraden.

‘De sfeer was vijandig. Alsof ze ons de schuld gaven van jarenlange apartheid. Hier waren we niet welkom. (…) Op het moment dat ik mijn camera op hen richt, komt daar plots die ontspannen glimlach, nemen ze de pose aan van de vriendelijke, onschuldige Zuid-Afrikaan die geen enkel kwaad in zin heeft maar eerder buitengewoon trots dat hij door een blanke op de foto wordt gezet.’

‘Van reizen wordt men wijs’

‘Van reizen wordt men wijs – mits men niet uitsluitend de toerist uithangt’, concludeert de in december overleden Robert Hirschhorn – aan wie de bundel is opgedragen – in zijn verhaal dat zich afspeelt in Maleisië.

‘Het blank van de schrijver was vooral onwetendheid, en weten kan men vullen door nauwkeurig kijken. Dat is waarom hij na die eerste reis zelden op gebaande paden heeft gelopen, maar altijd naar een zijweg heeft gezocht, waar het lokale karakter zich het beste liet zien. Wees je eigen gids, laat je niet verder van de wijs brengen of in de val lokken – ziedaar het advies van een schrijver, die op deze wijze de wijsheid bij elkaar heeft gesprokkeld.’

Naar de hoeren – ook voor de eerste keer

Wonen over de grens komt ook aan de orde.

Peter van Nuijsenburg beschrijft hoe een keurige Haagse ambtenaar plots besluit in Thailand te gaan wonen: ‘Hij ging naar de kapper en liet zijn haar millimeteren. Liet een modieus drie-dagen-baardje staan. Kocht voor het eerst van zijn leven een spijkerbroek en ging naar de hoeren. Ook voor de eerste keer. De buurvrouw die hem altijd vriendelijk groette, zei toen ze hem voor het eerst in zijn nieuwe gedaan tegenkwam: meneer Van Henegouwen, u lijkt wel 10 jaar jonger.’

Kinderen, kleinkinderen en boerenkool

De meeste pensionado’s houden een band met hun moederland. Al was het maar vanwege kinderen en kleinkinderen. En echte boerenkool met worst. Maar Rob Verschuren beschrijft op weg naar een begrafenis in Vietnam ietwat gekscherend hoe groot de afstand kan zijn:

‘Ik volg de ontwikkelingen in de rijke, koude en misschien stervende landen die ik achter me heb gelaten niet of nauwelijks. (…) Ik weet dat de eerste ijsbergen inmiddels met het blote oog te zien zijn vanaf de Waddeneilanden.’

‘Je neemt jezelf altijd mee de grens over’

Over wonen in den vreemde waarschuwt de al eerder geciteerde Hans Geleijnse als volgt:

‘Waar je ook heengaat, je neemt jezelf altijd mee. Je gaat op reis, alles wat je meemaakt en ziet is nieuw, boeiend, veel leuker en anders dan thuis. Maar als je er zou leven, dan is na verkoop van tijd het nieuwe eraf en zit je in precies dezelfde situatie.’

Blijf reizen en genieten. Dat de impliciete boodschap van ‘Grenzen zijn mensenwerk’. Van harte aanbevolen.

Jos Campman, Typisch Thailand – volg ons op www.facebook.com/typischthailand; ‘Grenzen zijn Mensenwerk’, 192 blz. uitgave Vereniging Vrienden van Trefpunt Thailand – koop bij Amazon.com (print) en Amazon.nl (e-book) of via Trefpunt Thailand (Euro 13,50 in Nederland&België, Baht 420 in Thailand), bestel/betaalinfo via info@thailandtref.com

 

Niemand waarschuwt je bij ’n nieuwe tsunami

Ik heb de muur van water niet zien aan komen. Ik hoefde niet te rennen voor m´n leven.

Heb niet aan een dakrand gehangen om te voorkomen dat acht kolkende golfstromen me zouden mee sleurden – viermaal landinwaarts, viermaal terug richting zee.

Ik heb geen levens gered van mensen die onder water vast zaten. Bij de 5400 doden aan de westkust van Thailand – waarvan de helft buitenlandse toeristen – waren geen familieleden, vrienden of bekenden.

Maar als ik 12,5 jaar na de grootste natuurramp in de recente geschiedenis terug ben bij het strand van Patong op het Thaise toeristeneiland Phuket, ruik ik opnieuw de geur van de dood.

De penetrante lucht waarmee ik de laatste week van 2004 en de eerste van 2005 werd geconfronteerd. Toen ik met lijken sleepte. Toen ik families help bij het opsporen van dierbaren. En die me altijd is bijgebleven.

Het kan elk moment weer gebeuren. Zijn de Thai daar nu wel op voorbereid?

In juli 2017 geeft het Ministerie van Voorkoming Rampen toe dat op Phuket 11 van de 19 tsunami-meldtorens niet werken. Landelijk is 80 procent van het alarmweringssystemen buiten werking.  Tsunami-waarschuwingen blijven daardoor uit of stuiten onderweg op een kink in de kabel.  Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

Deze Nederlander redt Thaise tuk tuk van de ondergang

Dennis Harte is general manager van de Tuk Tuk Factory (TTF), producent van Thailands eerste en vooralsnog enige elektrische kwaliteits-tuk tuk.

Als hij in 2010 de eerste exemplaren van het typisch Thaise karretje test in de buurt van de fabriek, komt de lokale politie op bezoek. Ze willen voorkomen dat ie elke keer een boete krijgt wegens rijden zonder vergunning.

‘Gewoon eenmaal in de maand 1500 baht afgeven was voldoende, vertelden de heren. Mijn personeel keek er niet van op. Normale gang van zaken, dus. Ik heb het afgemaakt op 1000 baht – 25 euro.’
Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

Ons aloude ‘schepje Buisman’ maakt goedkope Thaise koffie lekkerder

Arianne Douwma is business manager Azië van Royal Buisman, bekend van het aloude ‘een schepje Buisman in de koffie’.

Maar voor dat soort mini-hoeveelheden is ze niet naar Bangkok gekomen. Daarvoor heeft ze zich niet alle bureaucratische rompslomp getroost, die nodig was om hier een kantoor te openen – en alle inspanningen om haar gezin hier optimaal te laten functioneren.

Nee, ze verkoopt de gekarameliseerde en tot poeder verwerkte suiker – want dat is wat ‘Buisman’ is – het liefst per honderd kilo aan koffiefabrikanten en andere voedsel- en drankenproducenten in Azië. En liever nog per hele container.
Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

Hoe deze dappere student het feestje van de Thaise junta verpest

Het is niet de bomaanslag in het legerhospitaal met 22 gewonden.

Niet de kritiek van de 3 jaar geleden afgezette premier Yingluck over het uitblijven van toegezegde hervormingen.

En ook niet de enquête, die aantoont dat de meeste Thai het economisch beleid van de militaire regering onvoldoende vinden.

Nee, het is één student die publieke ergernis oproept op de derde verjaardag van de Thaise junta.
Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

Waarom je in Thailand vooral Hollandse groenten en fruit eet!

Bert van der Feltz is president en CEO van de East-West Seed Group en geeft daarmee leiding aan een legale Thaise seksindustrie. Zo vertelt hij Nederlanders gekscherend. Om hun aandacht te trekken.

‘Want anders dan het in Thailand verkopen van fietstochten of stroopwafels, spreekt bij landgenoten het telen van en handelen in zaaigoed voor Thaise boeren weinig tot de verbeelding.’

Goede zaken met ‘seksen’ van planten

East-West Seed doet – op hoger overheidsniveau graag optrekkend met de Nederlandse ambassade – opvallend goede zaken met het massaal ‘seksen’ van planten. Met het bij elkaar brengen van mannetjes en vrouwtjes.

‘Met kruisen van planten dus. Op traditionele wijze en moleculair. Profiterend van de laatste ontwikkelingen in de biotechnologie. Steeds opnieuw op zoek naar de beste zaden voor de verbouw in de tropen van bijvoorbeeld meloen, pepers, zoete mais, tomaat, komkommer en papaya.’

O ja, de meeste oranje Afrikaantjes die je ziet in Thaise offerkransjes komen ook uit zaden van East-West Seed – een succesproduct voortkomend uit een passie van oprichter/eigenaar Simon Groot. Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

Dit arme Thais jochie zag zijn boerendorp overstromen en verkoopt nu Hollands watermanagement

De Thaise Nederlander Anurat (Nu) Kaeocha is Projectmanager Water bij de Thaise vestiging van het Nederlandse ingenieursbureau Arcadis, de vroegere Heidemij. Met hulp van de Nederlandse ambassade probeert de in Delft afgestudeerde civiel ingenieur sinds 2016 Thaise overheden aan ‘slim en effectief’ Hollands watermanagement te krijgen.

‘Want na elke overstroming en elke droogteperiode praten die wel over een grootscheepse aanpak. Maar typisch Thailand: Het lukt niet die woorden in daden om te zetten.’

‘Als er een overstroming is, roept iedereen schande. Maar daarna in actie komen om een volgende ramp te voorkomen, is in Thailand niet altijd logisch.’

Dat weet hij ook uit eigen ervaring.

Nog steeds overstromingen en droogte in geboortedorp

Als jochie ziet hij hoe de zijrivier van de Mekong jaarlijks zijn boerendorpje in het arme landsdeel Isaan overstroomt, de simpele huizen en rijstvelden verwoestend – om daarna wekenlang droog te vallen, waardoor de dorpelingen te weinig drinkwater hebben en de nieuwe rijstplanten bruin kleuren.

Betaal een kleine bijdrage en lees verder »

Als oudere IT’er werk en woon je grandioos in Thailand!

Gert Visser is eigenaar van vischu.com in Bangkok, ontwerper en beheerder van websites en webapplicaties. Hij levert ‘Europese kwaliteit voor Aziatische prijzen’. Dus geen Thaise websites vol flikkerende kleurtjes en tegelijkertijd maar matig beveiligd.

Niet dat Thaise IT’s een kennisachterstand hebben. Echt niet. Maar hun prioriteit ligt ergens anders.
‘Amerikanen en Europeanen houden van simpel en strak. Ook als het om een website gaat. Of een applicatie als een boekingsprogramma. Maar dat krijg je bij een Thaise ontwerper niet voor elkaar. Die heeft er moeite mee zich in te leven in het verwachtingspatroon van de klant. Heeft niet geleerd creatief mee te denken.’ Betaal een kleine bijdrage en lees verder »